Hij werd opnieuw opgeroepen met het contingent van 1916 en ging in dienst op 5 maart 1917 bij het 24° Linieregiment.
Hij begon onmiddellijk zijn opleiding in Carteret maar van 24 april tot 14 juli 1917 was hij vervolgens in verlof zonder soldij. Daags nadien hervatte hij zijn opleiding die verder duurde tot 8 november 1917. Zijn eenheid lag op dat ogenblik te Kaaskerke, in de Dodengang.
Op 4 februari 1918 liep hij tyfus op en werd hij opgenomen in het hospitaal in Dinard. Op 3 april 1918 werd hij overgebracht naar Gravelines en op 14 juni kwam hij opnieuw bij zijn eenheid in de sector Diksmuide. Vanaf 27 september 1918 werd hij gemuteerd naar de hulptroepen, hij werd dus weggehouden van het bevrijdingsoffensief.
Op 11 oktober 1918 werd hij opnieuw opgenomen in het ziekenhuis waar hij zou verblijven tot 31 december 1918.
Na zijn genezing werd hij vanaf 19 januari 1919 nog ingezet bij het bezettingsleger in Duitsland tot zijn demobilisatie op 29 maart 1919.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)