Op 18 januari 1915 trad hij te Calais vrijwillig toe tot het leger en werd hij naar Saint Lô gestuurd voor zijn opleiding. De opleiding duurde tot 17 augustus 1915. De laatste maand ervan had hij te Auvours verbleven.
Hij kwam meteen terecht in de aartsgevaarlijke sector van Kaaskerke, de Dodengang. Op 15 september 1915 werd hij opgenomen in de infirmerie en pas op 1 december kwam hij terug bij zijn eenheid in de sector van Pervijze. Hij bleef nog bij de Jagers te Voet tot 19 april 1916. Toen werd hij gemuteerd naar Le Havre.
Hij werd er ingezet in het atelier voor het aanmaken van de koetswerken van voertuigen. Hij bleef dit werk uitoefenen tot april 1918 en werd dan overgeplaats naar Calais waar hij hetzelfde werk bleef uitoefenen.
Op 21 oktober 1918 werd hij nog voor korte tijd chauffeur bij de Zware Artillerie.
Op 19 augustus 1919 werd hij gedemobiliseerd.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)