Hij kwam in dienst op 10 juli 1915 en kreeg tot 16 oktober 1915 zijn opleiding in het opleidingscentrum van de Artillerie te Eu.
Hij werd ingedeeld bij het 4° Artillerie en kwam aan het front in de sector van Ramskapelle. Op 10 november 1916 toen zijn regiment in de buurt van Pervijze lag, moest hij voor de krijgsraad verschijnen wegens overmatig drankgebruik. Hij kreeg een voorwaardelijke veroordeling van 8 dagen.
Op 25 januari 1917 werd hij geëvacueerd naar het hospitaal te Calais, waarschijnlijk wegens ziekte want nergens in zijn dossier is er een vermelding terug te vinden over kwetsuren opgelopen tijdens zijn dienst in de loopgraven. Hij bleef in het hospitaal tot 7 maart 1917. Vanaf die dag tot 13 maart 1917 was hij in het Opleidingscentrum voor Oudmilitiaren en vanaf dan tot 15 april 1917 was hij opnieuw in het opleidingscentrum van de Artillerie.
Toen werd hij opnieuw naar het front gestuurd in de sector van Boezinge. Hij maakte de start van het bevrijdingsoffensief mee te Diksmuide en vandaar trokken ze op naar Esen, Zarren, Aalter en Hansbeke. Bij het einde van de vijandelijkheden waren ze in de omgeving van Zwijnaarde.
Hij werd met onbepaald verlof gezonden op 11 september 1919.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)