Hij werd ingelijfd op 24 september 1914 te Lier. Hij nam deel aan de gevechten tot 15 oktober en werd dan overgebracht naar het opleidingskamp van Granville voor zijn opleiding. Deze opleiding duurde tot 18 februari 1915.
Hij kwam opnieuw aan het front bij zijn eenheid. Hij werd in de loop van 1915 ingezet in de sectoren van Pervijze, Stuivekenskerke, Kaaskerke en in november waren ze gelegerd in de Dodengang te Diksmuide. Daar raakte hij op 24 november gekwetst aan zijn rechter wijsvinger waarvan het eerste lid werd afgeschoten. Hij werd overgebracht naar het militair hospitaal van Bourbourg waar hij verpleegd werd tot 25 februari 1916.
Hij kwam opnieuw aan het front te Kaaskerke en bleef nog bij het 14° Linie tot 23 maart 1917. Dan werd hij gedurende de periode van 24 maart tot 18 augustus ingedeeld bij het 9° Artillerie.
Tot 21 oktober 1917 werd hij in reserve gehouden en dan kwam hij opnieuw bij het 14° Linie in de sector Ramskapelle. Daarna werden ze geruime tijd ingezet in de sector Merkem en op 28 september 1918 rukten ze op naar Langemark en Poelkapelle. Van 1 tot 3 oktober leed zijn eenheid zware verliezen te Oostnieuwkerke. Daarna konden ze verder oprukken naar Aalter en Nevele waren ze waren toen op 11 november de wapens zwegen.
Hij werd gedemobiliseerd op 7 oktober 1919.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)