Hij is wellicht de bekendste oudstrijder van Pervijze want van hem verschenen talloze krantenartikels en hij kwam ook voor in het boek 'Een bloem in het geweer' van Gaston Durnez.
Zijn bataljon vertrok op 04 augustus 1914 vanuit Brussel en maakte een deel van de beginfase van de oorlog mee in o.a. Hofstade, Elewijt en Duffel. Na een hele omzwerving door België was hij met zijn regiment te Hofstade vanwaar ze per trein vertrokken naar Diksmuide waar ze op 10 oktober 1914 aankwamen. In de daaropvolgende dagen verbleven ze nog te Houtem bij Veurne en Zuidschote waar ze vijf dagen loopgraven moesten aanleggen. Op 19 oktober waren ze te Oostkerke en op 20 oktober te Pervijze.
Toen Duitse troepen op 21 oktober de IJzer overstaken moesten de Grenadiers onder leiding van Majoor D'Oultremont omstreeks 3 uur in de namiddag oprukken naar Tervate bij Stuivekenskerke om hen te proberen terug te dringen. Aan de zijde van zijn bevelhebber trok hij op terwijl hij de aanval moest blazen. Majoor d'Oultremont sneuvelde omzeggens aan zijn zijde. De gevechten duurden nog meerdere uren ten koste van bijna het volledige regiment. Na deze slachting werden de grenadiers gedurende het verder verloop van de oorlog nooit meer ingezet in de omgeving van Pervijze/Stuivekenskerke.
Vanaf begin 1915 lagen ze in de omgeving van Steenstrate. Het was ook daar dat op 10 april 1915 hij en zijn lotgenoten ingezet werden voor het veroveren van een voorpost en het behoud ervan. De manschappen waren echter onvoldoende om dit tot een goed einde te kunnen brengen. Hij kon toen ternauwernood ontsnappen aan krijgsgevangenschap.
Nog tot september 1915 werden ze verder ingezet te Steenstrate en Zuidschote. Toen werden ze verplaatst naar de sector Diksmuide tot het einde van 1915. Vanaf dan waren ze achtereenvolgens te Hoogstade, Steenstrate en Boezinge, opnieuw Steenstrate, de sector ten zuiden van Diksmuide bij Sint Jacobskapelle en begin 1918 vinden we hen terug in Nieuwpoort.
In de nacht van 18 op 19 maart 1918 stond hij wacht op de markt van De Panne en raakte hij gekwetst bij een obusinslag. Hij werd afgevoerd naar het hospitaal l'Océan te De Panne. Hij had heel erge verwondingen aan linkerbeen, linkerarm en borstkas. Hij bleef daar tot 23 april en werd toen overgebracht naar Petit Fort Philippe in Bourbourg, later naar Mostain, De Panne en in 1919 naar Brussel.
Op 30 september 1919 werd hij als invalide met onbepaald verlof gestuurd.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)