Op 7 juli 1915 begon hij aan zijn opleiding te Carentan. Op 21 oktober 1915 kwam hij bij zijn eenheid aan het front in de sector van Stuivekenskerke. In de volgende maanden deed zijn eenheid nog dienst in de sectoren van Pervijze en Diksmuide.
Op 29 april 1917 werd hij overgeplaatst naar het 11° Linie in de sector van Ramskapelle. Hij bleef slechts bij het 11° Linie tot 16 oktober en toen werd hij terug gemuteerd naar zijn oorspronkelijk regiment waarbij hij bleef tot Kerstdag 1917. In die periode bemande hij de frontzone te Stuivekenskerke.
Vanaf dan tot eind januari 1918 werd hij weggetrokken van het front en werd hij korte tijd ingezet bij landbouwwerken.
Vanaf 1 februari was hij opnieuw bij de 4° Jagers te Voet. Toen het bevrijdingsoffensief begon op 28 september rukte zijn eenheid op naar Langemark en Poelkapelle. Al op deze eerste dag van het offensief raakte hij gekwetst en werd hij geëvacueerd. Op 7 oktober vervoegde hij terug zijn regiment vlak nadat ze zware verliezen geleden hadden te Oostnieuwkerke. Ze rukten verder op en tegen het einde van de vijandelijkheden waren ze te Landegem.
Op 14 oktober 1919 werd hij gedemobiliseerd.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)
Hij nam later dienst bij de Rijkswacht en in die functie nam hij nog deel aan de achttiendaagse veldtocht in 1940.