Op 1 september 1939 werd hij gemobiliseerd. Hij maakte tot 28 mei de achttiendaagse veldtocht mee. Bij zijn thuiskomst op 29 mei 1940 werd hij krijgsgevangen genomen en zou dit blijven tot 16 juni 1940.
In die periode van gevangenschap werd hij ingedeeld bij een groep die naar Duinkerke buitgemaakte paarden moest gaan afhalen.
Tijdens het verder verloop van de oorlog ging hij bij het verzet : van 1 september 1942 tot 18 november 1944 was hij lid van het Onafhankelijkheidsfront, de grootste Belgische verzetsorganisatie die gesticht werd op 15 maart 1941 door de Communistische Partij. Hij bekleedde er de rang van onderofficier. Bij ht einde van de oorlog was hij aangesloten bij de P.M., de Patriottische Milities die ondersteuning leverden aan de geallieerden bij de bevrijding.