Hij werd opgeroepen tijdens de mobilisatie iningedeeld bij het 24° Linieregiment met stamnummer 104/82457.
Hij was aan het Albertkanaal gelegerd en op 28 mei was hij te Keiem. Na de capitulatie kon hij niet direct naar huis doordat de bruggen over de IJzer te Diksmuide en te Schoorbakke vernield waren.
Hij werd nog enkele dagen krijgsgevangen gehouden door de Duitsers en moest zo op 29 mei 1940 te Leke nog kisten maken voor gesneuvelde Duitse soldaten.