Toen de oorlog uitbrak kwam hij opnieuw in dienst op 1 augustus 1914 en had hij de rang van korporaal. Nog dezelfde maand leverde zijn eenheid slag te Eppegem waar de verliezen op 26 augustus aanzienlijk waren. Op 12 september waren ze nog steeds te Eppegem in gevechten verwikkeld en ook op die dag vielen tal van zijn strijdmakkers.
Na nog contacten met de vijand te Lier kwamen ze in oktober aan bij de IJzer en namen ze te Diksmuide en Oud Stuivekenskerke deel aan de slag aan de IJzer.
Na de IJzerslag bleef hij nog tot in de loop van 1918 bij dezelfde eenheid en werd hij achtereenvolgens ingezet in de sectoren van Ramskapelle, Diksmuide, Kaaskerke, opnieuw Diksmuide, Boezinge, Steenstrate, Diksmuide en tenslotte Nieuwpoort van waaruit zijn eenheid het bevrijdingsoffensief inzette.
Tegen het einde van de oorlog waren ze in de omgeving van Zelzate.
Hij werd met onbepaald verlof gezonden op 4 september 1919.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)