Zijn reguliere legerdienst was nog maar pas afgelopen toen de oorlog uitbrak. Op 1 augustus 1914 kwam hij opnieuw in dienst bij het 2° Jagers te Paard. Tijd voor een opleiding was er niet want reeds op 4 augustus werd het regiment gestuurd naar Spy, deelgemeente van Jemeppe sur Sambre, een tiental kilometer van Charleroi.
Op 16 augustus raakte hij gewond en werd hij overgebracht naar een hospitaal in Frankrijk waar hij verder bleef tot 5 april 1915. Na een korte tussenstop bij de reservetroepen, kwam hij hij op 10 mei 1915 terug bij zijn regiment en brak de lange tijd aan van stationeringen in verschillende sectoren van het front zoals Ramskapelle, Pervijze, Stuivekenskerke, Merkem ...
Op 14 maart 1918 werd hij gemuteerd naar het 14° Artillerie maar eerst kreeg hij tot 2 april 1918 nog een opleiding vooraleer hij terug aan het front kwam. Zo moest hij niet deelnemen aan de gevechten bij Reigersvliet te Stuivekenskerke op 16 en 17 maart waar het 14° Artillerie samen met het 4° en 5° Lansiers en het 1° en 2° Jagers te Paard deel hadden genomen aan de gevechten nadat de Duitsers enkele voorposten hadden veroverd.
Op 4 oktober 1918, tijdens het bevrijdingsoffensief, werd hij voor een tweede maal gewond tijdens een gasaanval waarbij hij tijdelijk zijn zicht verloor. Hij werd geëvacueerd naar een militair hospitaal waar hij bleef tot 14 oktober.
Na een herstelperiode van twee maanden vervoegde hij op 12 januari 1919 opnieuw zijn regiment en uiteindelijk werd hij gedemobiliseerd op 23 september 1919 nadat hij reeds sedert 19 augustus 1919 in verlof met soldij was.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)