Tijdens zijn dienst voorafgaand aan de oorlog deserteerde hij in november 1909 om pas terug in dienst te treden in november 1911. Hiervoor belandde hij in de gevangenis tot april 1912. Op 16 december 1913 gebeurde er een reorganisatie waardoor hij bij het 5° Artillerie terecht kwam waarbij hij nog was bij het uitbreken van de oorlog.
Op 13 november 1914 ontbrak hij opnieuw bij zijn eenheid en vanaf 15 november werd hij als deserteur beschouwd. Daags nadien werd hij aangehouden en opgesloten tot 10 december 1914. Hij kwam terug bij zijn eenheid en op 27 januari 1915 geraakte hij gewond te De Panne en werd hij tot 6 maart 1915 opgenomen in het hospitaal.
Hij was echter nogal tamelijk hardleers want op 1 juni 1917 ontbrak hij opnieuw op het appèl en werd hij drie dagen later nogmaals als deserteur beschouwd. Pas op 6 september 1917 dook hij terug op met als gevolg dat hij opnieuw werd opgesloten. Op 8 januari 1918 kwam hij terug vrij en werd hij ingedeeld bij het rehabilitatiecompagnie in Challes tot 5 augustus 1918. Toen kwam hij terug bij zijn eenheid.
Op 24 december 1918 - nog steeds in dienst zijnde - was hij weeral spoorloos en werd hij vanaf 28 december 1918 nog maar eens als deserteur aanzien. Vanaf dan werd besloten hem alle rechten af te nemen en dit was ook het laatste wat over hem werd genoteerd in zijn dossier.
Ieder verder spoor van hem ontbreekt vanaf die datum.