Hij werd ingelijfd op 16 juli 1915 en voor zijn opleiding naar Fécamp gestuurd.
Na bijna een jaar, op 11 mei 1916 kwam hij bij zijn eenheid in de sector Diksmuide in de Dodengang. Tot de start van het bevrijdingsoffensief bleef hij bij dezelfde eenheid aan het front in de verschillende sectoren, achtereenvolgens te Pervijze, Boezinge, Steenstrate en opnieuw Diksmuide van waaruit het offensief werd ingezet. In die fronttijd werd hij enkele keren gestraft voor kleine vergrijpen zoals niet aanwezig zijn op het appèl.
Op 28 september 1918 rukten ze op naar Moorslede waar hij zwaar gekwetst raakte aan been, rug, arm en elleboog die bijna volledig was afgerukt. Tijdens een aanval op Duitse stellingen aan de molen bij de Koekuithoek te Moorslede verdedigde hij de Belgische linies met mitrailleurvuur toen die op de rechterflank werden aangevallen door de Duitsers. Hiervoor werd hij voorgedragen voor een vermelding in de dagorde van zijn regiment.
Hij werd overgebracht naar het hospitaal te De Panne waar hij bleef tot 30 december 1918. Voor verder herstel werd hij toen overgebracht naar Brussel.
Op 1 januari 1920 werd hij gemobiliseerd.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)