Op 24 september 1914 kwam hij in dienst en begon hij zijn opleiding in Granville. Op 20 februari 1915 kwam hij aan het front in de sector van Pervijze. In het begin van 1916 was zijn eenheid in de sector van Diksmuide.
Door een reorganisatie werd hij op 24 december 1916 overgeplaatst naar het 8° Linieregiment. Van 24 tot 27 juni 1917 werd hij voor enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis terwijl zijn eenheid op dat ogenblik in de sector Boezinge was ingezet.
Op 13 november 1917 werd hij het slachtoffer van een gasaanval en geëvacueerd naar het militair hospitaal te Dinard waar hij zou blijven tot 5 december. Dan kon hij nog genieten van een drietal weken verlof vooraleer hij op 30 januari 1918 terug bij zijn eenheid kwam.
Op 27 april 1918 sneuvelden enkele van zijn makkers te Sint Juliaan bij Langemark terwijl hij krijgsgevangen werd genomen door de Duitsers en overgebracht naar het krijgsgevangenenkamp te Döberitz, een vijftigtal kilometer ten westen van Berlijn.
Op 6 januari 1919 werd hij uiteindelijk gerepatrieerd en op 6 mei 1919 arriveerde hij terug bij zijn eenheid. Op 7 oktober 1919 mocht hij eindelijk met onbepaald verlof.
Behaalde eretekens (klik op de afbeelding voor omschrijving)